Accredited for 34 continuing educational credits by the World Psychiatric Association.

Huub Mous

Huub-Mous-2

My name is Huub Mous. I was born and raised in Amsterdam and have lived in Friesland for forty years. I am an art-historian and write books, not only about art and culture in Friesland, but also about secularization and the memories of my youth. I grew up in an orthodox Catholic environment, which was subject to strong changes in the mid-sixties. In fact, this world around me suddenly collapsed.

On my 18th year – in January 1966 – I was suddenly struck by a psychosis. I did not sleep the night before; I then wrote a number of scriptures full of what should become ‘A New Bible for the World’. After that I went through the city with a sword. Nobody stopped me. Nobody thought this was strange. I did not harm anyone, nor myself, but it could have ended differently.

Now I wonder sometimes, how it happened to me, if something like IS existed then. Radicalization can now happen just like that: within a week, a day, a night, maybe even within an hour. In the past it was called ‘an act committed in a fit of senselessness’. Nowadays: ‘a terrorist act in the service of Jihad’.

They are two extremes that have started to touch each other. Are the borders sometimes fading between amok-makers and religiously inspired terrorists? Or is there an epidemic copycat behavior, in which the pathological background of the act of violence is irrelevant? In any case, the boundaries between mass shooters, spree killings, jihad-inspired terror, freelance jihadism, terrorist acts of lone wolves and the traditional amok factory of psychotics are nowhere to be drawn.

The strange thing is that so far only journalists and columnists write and speculate about this; terrorism experts are busy investigating the matter and psychiatrists are silent in all languages ​​for the time being. As diverse a radicalization process may be, there is always one common denominator: the experience of intense alienation with which these young adolescents, who often live on the fracture of two cultures, have to contend.

This alienation does not only have to relate to a psychological problem, such as uncertainty about one’s own identity or the place in society, but can also take a deeper grip on problems that are specific to existence itself. Is contemporary terrorism – I wonder – a sign on the wall, a sign of increasing oblivion about the seriousness and tragedy of existence?

If so, then this extreme form of evil does not manifest itself as a bewilderment of the mind, but rather as a lucid expression of it. Extreme secularisation and rapid globalization seem to revive ‘the sacred’ again, but in a desecrated and often violent form.

Mijn naam is Huub Mous. Ik ben geboren en getogen in Amsterdam en woon sinds veertig jaar in Friesland. Ik ben kunsthistoricus en schrijf boeken, niet alleen over de kunst en cultuur in Friesland, maar ook over secularisatie en de herinneringen aan mijn jeugd. Ik groeide op in een orthodox katholiek milieu, dat midden jaren zestig aan sterke veranderingen onderhevig was. Sterker nog: deze wereld om me heen stortte toen opeens in elkaar.

Op mijn 18de jaar  –  in januari 1966 – werd ik vrij plotseling getroffen door een psychose.  Ik de week daarvoor heb ik nachtenlang niet geslapen; ik schreef toen een aantal schriften vol met wat ‘Een Nieuwe Bijbel voor de Wereld’  zou moeten worden.  Daarna ben ik met een zwaard een dag lang door de stad gaan dwalen. Niemand hield me tegen. Niemand vond dit kennelijk vreemd.  Ik heb toen ook niemand kwaad gedaan, ook mezelf niet, maar het had zomaar anders kunnen aflopen.

Nu vraag ik me wel eens af, hoe het met mij was vergaan, als er toen zoiets als IS had bestaan. Radicaliseren kan tegenwoordig zomaar gebeuren: binnen een week, een dag, een nacht, misschien zelfs binnen een uur. Vroeger heette zoiets ‘een daad gepleegd in een vlaag van verstandsverbijstering’. Tegenwoordig: ‘een terreurdaad in dienst van de Jihad’.

Het zijn twee uitersten die elkaar zijn gaan raken.  Zijn de grenzen soms aan het vervagen tussen amokmakers en religieus geïnspireerde terroristen? Of is er sprake van een epidemisch copycat-gedrag, waarbij de al dan niet pathologische achtergrond van de geweldsdaad niet meer ter zake doet?  Hoe dan ook, de grenzen tussen mass-shooters, spree killings, jihadistisch aangestuurde terreur, freelance jihadisme, terreurdaden van lone wolves en de traditionele amokmakerij van psychotici zijn tegenwoordig nauwelijks meer te trekken.

Het wonderlijke is dat tot nog toe alleen journalisten en columnisten hierover schrijven en speculeren; terrorisme-experts zijn druk bezig de materie te onderzoeken en psychiaters zwijgen vooralsnog in alle talen. Hoe divers een radicaliseringproces ook kan verlopen, altijd weer is er één gemeenschappelijke noemer: de ervaring van intense vervreemding waarmee deze jonge adolescenten, die vaak leven op het breukvlak van twee culturen, te kampen hebben.

Die vervreemding hoeft niet alleen betrekking te hebben op een psychische problematiek, zoals onzekerheid omtrent de eigen identiteit of de plaats in de samenleving, maar kan ook dieper grijpen op problemen die eigen zijn aan het bestaan zelf.  Is het hedendaagse  terrorisme – zo vraag ik me af – soms een teken aan de wand, een signaal van toenemende vergetelheid omtrent de ernst en de tragedie van het bestaan?

Als dat zo is, dan manifesteert deze extreme vorm van het kwaad zich niet als een verbijstering van het verstand, maar eerder als een lucide uiting daarvan.  Extreme secularisering en snelle globalisering lijken ‘het heilige’ opnieuw tot leven te wekken, maar dan wel in een ontheiligde en vaak gewelddadige vorm.